Burger van de unie

Wie?

EER-onderdanen (Europese Economische Ruimte – landen van de Economische Unie + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein – voor deze onderdanen zijn de regels voor de burgers van de Unie van toepassing)
Verblijf van maximum 3 maanden = kort verblijf
Melding van aanwezigheid

Wat?

De “melding van aanwezigheid of “bijlage 3ter” wordt afgegeven aan burgers van de Europese Unie en hun familieleden die voor een kort verblijf (maximum drie maanden) in België wensen te blijven en niet in een plaats verblijven die onderworpen is aan de controle op de logementshuizen. De verlenging van de aankomstverklaring, die slechts drie maanden geldig is, gebeurt slechts in uitzonderlijke omstandigheden.
De persoon die dit document in zijn bezit heeft, is niet ingeschreven in het vreemdelingen- of bevolkingsregister.
hoe aanvragen?
Je moet je melden bij de dienst vreemdelingen met:
Je identiteitskaart en/of je internationaal paspoort, indien nodig met visum

Verblijf van meer dan 3 maanden = lang verblijf

Niet-duurzaam verblijf van meer dan drie maanden

wie?
A. Deze reglementering is van toepassing voor de burger van de Unie die verblijf inroept als werknemer, zelfstandige, student of bezitter van voldoende bestaansmiddelen en op zijn familieleden die zelf ook burgers van de Unie zijn.

wat?
Een burger van de Unie die meer dan drie maanden in België wenst te verblijven, dient binnen de drie maanden na binnenkomst een verklaring van inschrijving aan te vragen bij het stadsbestuur. Na deze termijn is een aanvraag nog steeds mogelijk, maar dan kan de dienst vreemdelingenzaken een administratieve boete van € 200,00 opleggen.
Binnenkomstdocumenten?
Paspoort of identiteitskaart
Bijkomende documenten
Zie art. 50 § 2 van het KB van 8 oktober 1981:
1° werknemer : een verklaring van indienstneming of tewerkstelling overeenkomstig het model van bijlage 19bis;
2° zelfstandige : een inschrijving in de Kruispuntbank voor ondernemingen met ondernemingsnummer;
3° werkzoekende :
a) een inschrijving bij de bevoegde dienst voor arbeidsvoorziening of kopieën van sollicitatiebrieven; en
b) het bewijs van de reële kans om te worden aangesteld waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene, zoals behaalde diploma‘s, eventuele gevolgde of voorziene beroepsopleidingen, en duur van de werkloosheid;
4° burger van de Unie bedoeld in artikel 40, § 4, eerste lid, 2° van de wet :
a) het bewijs van voldoende bestaansmiddelen, waarbij onder andere een invaliditeitsuitkering, een vervroegd pensioen, een ouderdomsuitkering of een uitkering van de arbeidsongevallen- of beroepsziekteverzekering in aanmerking worden genomen. Zowel middelen waarover de burger van de Unie in eigen hoofde beschikt, als bestaansmiddelen die hij daadwerkelijk verkrijgt via een derde, worden in aanmerking genomen; en
b) een ziektekostenverzekering;
5° student bedoeld in artikel 40, § 4, eerste lid, 3° van de wet :
a) een inschrijving aan een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling; en
b) een ziektekostenverzekering; en
c) een verklaring van voldoende bestaansmiddelen, of een gelijkwaardig middel dat zekerheid verschaft dat hij over voldoende bestaansmiddelen beschikt;
6° familielid bedoeld in artikel 40bis van de wet :
a) het bewijs van de bloed- of aanverwantschap of partnerschap zoals bedoeld in artikel 44;
b) voor de familieleden van de burger van de Unie bedoeld in artikel 40, § 4, eerste lid, 2°, van de wet, het bewijs van voldoende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering, zoals bedoeld in artikel 40bis, § 4, tweede lid;
c) voor de partner bedoeld in artikel 40bis, § 2, eerste lid, 2°, van de wet : het bewijs van de duurzame en stabiele relatie, en, indien beide partners niet minstens 21 jaar zijn, het bewijs dat zij beide minstens 18 jaar zijn en dat zij reeds ten minste een jaar samengewoond hebben voor de aankomst in het Rijk van de burger van de Unie die vervoegd wordt;
d) voor de bloedverwanten in neergaande lijn die minstens 21 jaar zijn, de bloedverwanten in opgaande lijn en de kinderen bedoeld in artikel 40bis, § 4, derde lid, van de wet : het bewijs dat zij ten laste zijn van de betrokken burger van de Unie;
e) voor de bloedverwanten in opgaande lijn van een Belg : het bewijs van stabiele, regelmatige en toereikende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering, zoals bedoeld in artikel 40ter, tweede lid, van de wet.

Verblijfsdocument:
Bijlage 19 en
Indien het dossier in orde is, krijgt betrokkene een bijlage 8 (papieren)of een E-kaart (elektronisch)
Indien het dossier niet in orde is, wordt het verblijf geweigerd door middel van een bijlage 20, in voorkomend geval met of zonder bevel om grondgebied te verlaten

wie?
B. familieleden die zelf geen burger van de Unie zijn
aanvraag vanuit het buitenland.

Een familielid aan wie het recht op verblijf in het buitenland werd toegekend.
Binnenkomstdocumenten?
Paspoort met visum type D met nationale vermelding B 20
Verblijfsdocument?
Bijlage 15 en na positieve woonstcontrole ontvangt betrokkene een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie (elektronische F-kaart)
aanvraag in België

wie?
Een familielid van een burger van de Unie dat zelf geen burger van de Unie is en dat meer dan drie maanden in België wenst te verblijven
wat?
Betrokkene dient binnen de drie maanden na binnenkomst een “verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie (elektronische F-kaart)” aan te vragen bij het stadsbestuur.

Binnenkomstdocumenten?
Paspoort of identiteitskaart
Bijkomende documenten:
Gehuwden: gelegaliseerd (en indien nodig een vertaald) uittreksel uit de huwelijksakte
Geregistreerd partnerschap: verklaring van wettelijke samenwoonst (notarieel samenlevingscontract volstaat niet) en bewijzen van duurzame relatie (bewijzen dat de partners gedurende minstens 1 jaar onafgebroken samengewoond hebben of bewijzen dat ze elkaar 2 jaar kennen (regelmatige contacten dmv brieven, mails, ed – minimum 3 ontmoetingen van in het totaal 45 dagen of meer gedurende die 2 jaar) of bewijzen dat ze een gemeenschappelijk kind hebben.
Kinderen jongen dan 21 jaar: een gelegaliseerd (en indien nodig een vertaald) uittreksel uit de geboorteakte of DNA-test
Kinderen ouder dan 21 jaar: een gelegaliseerd ( en indien nodig een vertaald) uittreksel uit de geboorteakte of een DNA-test - attest van onvermogen van het kind - bewijs van stortingen in het verleden - bewijs van inkomsten van de persoon die gevestigd is in België - bewijs dat men niet ten laste is van het OCMW (indien de vreemdeling reeds voor de aanvraag in België was)
Ouders: (gelegaliseerde en in nodig vertaalde) geboorteakte van de Belg of van de gevestigde EU-er of DNA-test - attest van onvermogen van de vreemdeling - bewijzen van stortingen in het verleden - bewijs van inkomsten van de persoon die gevestigd is in België - bewijs dan men niet ten laste is van het OCMW (indien de vreemdeling reeds voor de aanvraag in België was) (in functie van een Belg: bewijs van ziekteverzekering van de vreemdeling)


afdrukken